Kennisbank

Cannabis en hartslag: wat 9 procent zegt

Een nieuwe studie vond 9 procent minder premature hartslagen op gebruiksdagen. Wat die uitkomst wel zegt en waarom hij niet op een flesje hoort.

Onderzoeker plakt een ecg-pleister op de borst van een deelnemer terwijl een collega het hartritme afleest

Op dagen dat regelmatige gebruikers cannabis inhaleren, ligt hun aantal premature hartslagen ongeveer 9 procent lager dan op dagen dat ze het laten. Dat staat in een nieuwe studie in de Journal of the American College of Cardiology, en de onderzoekers zeggen er zelf bij dat ze het tegenovergestelde hadden verwacht.

Voordat dat cijfer op een verpakking belandt: kijk eerst waar het vandaan komt en waar het over gaat. Want dat is bij dit onderzoek net zo belangrijk als de uitkomst.

Hoe de studie in elkaar zit

Er deden 108 volwassenen mee die regelmatig roken of vapen en die geen gediagnosticeerde hartritmestoornis hebben. Veertien dagen lang werden ze elke dag willekeurig ingedeeld: die dag inhaleren, of die dag niets. Ondertussen droegen ze continu een ecg, plus een activiteitstracker, een slaapmonitor en een glucosemeter.

Dat opzetje is netter dan het klinkt. Doordat iedere deelnemer op zijn eigen niet-gebruiksdagen wordt vergeleken, is hij zijn eigen controlegroep — leeftijd, conditie en leefpatroon vallen daarmee als verklaring af. En doordat het ecg elke hartslag registreert, hoeft niemand achteraf in te vullen hoe hij zich voelde. Dat is winst tegenover het meeste cannabisonderzoek, dat leunt op zelfrapportage of op dossiers.

Hoofdonderzoeker Gregory Marcus van UCSF zegt in het bericht over de studie dat het team verrast was, omdat de uitkomst hun hypothese tegensprak. Dat is een correcte houding en het is ook precies de reden om nu niet door te schieten naar de andere kant.

Wat 9 procent hier wel en niet betekent

Een premature hartslag is een slag die te vroeg komt. De meeste mensen hebben er dagelijks een aantal en merken er niets van; komen ze vaak voor, dan kan dat een aanwijzing zijn voor problemen later, zoals boezemfibrilleren. Het is dus een tussenmaat, geen ziekte.

Zet de grenzen van dit onderzoek daarom naast elkaar:

Wat de studie meet Wat dat niet is
Premature hartslagen op de dag zelf Kans op een hartinfarct, beroerte of boezemfibrilleren
Veertien dagen per deelnemer Wat er over vijf of tien jaar gebeurt
108 mensen zonder ritmestoornis Mensen die al een hartprobleem hebben
Geïnhaleerde cannabis, roken of vapen Olie, capsules, edibles of druppels onder de tong

Die laatste regel is voor deze site de belangrijkste. Dit is een onderzoek naar rook en damp in de longen. De opnameroute, de snelheid waarmee de stof in het bloed komt en de dosis per keer verschillen daar volledig van een olie die je druppelt. Een resultaat over inhaleren mag dus niet als onderbouwing onder een flesje staan — dat is dezelfde sprong die we eerder uitwerkten bij gezondheidsclaims op de verpakking.

Dezelfde week, een studie van jaren geleden

Terwijl dit onderzoek rondging, kwam er een tweede “studie” voorbij: wie wiet én tabak rookt, heeft twaalf keer meer kans op centrilobulair emfyseem dan een niet-roker. Alarmerend cijfer, maar het is geen nieuws. De uitgever schrijft er zelf eerlijk bij dat het om onderzoek gaat dat jaren geleden op een RSNA-congres werd gepresenteerd en dat de boodschap nog eens herhaald wordt.

Zo ziet de nieuwsstroom rond cannabis er in de praktijk uit: een verse gerandomiseerde meting en een opgewarmd congresbericht staan op dezelfde dag in dezelfde tijdlijn, en allebei krijgen ze het woord “studie” mee. Het scheelt één klik om te zien welke van de twee vers is.

De gouden regel

Loop bij elk onderzoek dat je tegenkomt drie dingen na voordat je er iets aan ophangt: de toedieningsvorm (inhaleren, oraal of op de huid), de uitkomstmaat (een tussenwaarde als een hartslag, of echte ziekte) en de duur (dagen of jaren). Klopt er één van de drie niet met het product dat je in handen hebt, dan is de studie interessant maar niet van toepassing.

Diezelfde drie vragen deden we eerder bij de Berlijnse studie over dronabinol en nachtmerries en bij de kweekclaim van 2,22 keer meer oogst. Het antwoord verschilt per keer, de vragen niet.

En over deze hartslagstudie zelf: hij is te klein en te kort om er een geruststelling van te maken, maar te netjes opgezet om weg te wuiven. Dat is precies wat de onderzoekers er zelf ook van zeggen.

Meer uit de kennisbank

Alle onderwerpen in de kennisbank