Kennisbank

Californië: alleen bij 75-plus groeit het

Acht jaar legale verkoop in Californië veranderde het totale gebruik nauwelijks. Alleen bij 75-plussers verdubbelde het. Dat vraagt aandacht.

Weekdoos met medicijnen, een bruin druppelflesje, een leesbril en een kop thee op een houten keukentafel in ochtendlicht

Acht jaar legale cannabiswinkels in Californië, 178.836 ondervraagde volwassenen, en één groep waar het gebruik echt veranderde: mensen van 75 jaar en ouder. Daar ging het maandelijks gebruik van 2,4 naar 5,5 procent. Bij jongvolwassenen gebeurde er precies niets. Dat is niet de uitkomst waar het debat op is ingericht, en voor wie met CBD werkt is het de interessantste.

Wat er onderzocht is

Onderzoekers van de University of California San Diego rekenden de periode 2017 tot 2024 door met gegevens uit de California Health Interview Survey, een van de grootste terugkerende gezondheidsonderzoeken van de Verenigde Staten. Californië stemde in november 2016 voor legalisering; de eerste winkels gingen open op 1 januari 2018. Het jaar vóór de verkoop zit dus in de meting. Hanf Magazin vat de studie samen; het onderzoek zelf staat in het Journal of Cannabis Research: Changes in adult cannabis use patterns following retail availability in California (2017 to 2024).

De hoofdcijfers, kaal:

Die piek van 2018 is het opvallendste detail. Winkels open, gebruik omhoog, en daarna weer terug naar het oude niveau. Dat is geen gedragsverandering maar nieuwsgierigheid, en je ziet hem alleen omdat er acht jaar is gemeten in plaats van twee.

Reken de groei even om, dan zie je het scheve beeld

In procentpunten is de stijging bij 40- tot 59-jarigen het grootst: 3,8 punt. Bij de 75-plussers gaat het om 3,1 punt. Maar relatief is dat laatste een toename van bijna 130 procent, tegen 36 procent bij de middengroep. Meer dan een verdubbeling in de leeftijdsgroep die de meeste medicijnen slikt.

De onderzoekers schrijven die groei toe aan belangstelling voor gezondheidstoepassingen, niet aan een nieuwe vrijetijdstrend onder senioren. Dat is aannemelijk, en het is precies waar het voor ons ongemakkelijk wordt.

Waarom dit voor CBD-gebruikers uitmaakt

Eerst de zuiverheid: dit onderzoek gaat over cannabisgebruik, niet over CBD. Wie een CBD-olie gebruikt, telt in zo’n enquête doorgaans niet mee. Het is dus geen CBD-cijfer, en iedereen die het zo presenteert, rekt de bron op.

Wat het wél laat zien, is welke groep in beweging is. En dat is dezelfde groep die bij ons naar CBD grijpt: ouderen die iets zoeken naast of in plaats van hun reguliere medicatie. Twee dingen die daarbij horen en die in dit soort berichtgeving zelden worden genoemd:

Wat de studie niet hard maakt

De auteurs noemen hun eigen zwakke plekken, en dat verdient navolging. De onderzoeksmethode van de enquête veranderde tijdens de meetperiode, wat vergelijken over jaren lastiger maakt. De pandemie vanaf 2020 heeft het gedrag door elkaar geschud. En legale toegang is in Californië verre van overal: meer dan de helft van de districten verbiedt commerciële cannabisbedrijven tot vandaag.

Dat laatste is een stevige beperking. “Acht jaar legale verkoop” klinkt landelijk, maar geldt voor minder dan de helft van het gebied. Wie deze cijfers gebruikt om te voorspellen wat legalisering in Nederland zou doen, vergelijkt met een markt die maar half open is.

Wat wij eruit halen

De conclusie die overal wordt overgenomen — “legalisering leidde niet tot meer gebruik” — klopt, en is tegelijk de minst bruikbare zin uit het onderzoek. Het cijfer dat er wél toe doet, is die verdubbeling bij 75-plus. Niet omdat het alarmerend is, maar omdat het aangeeft waar voorlichting nodig is, en waar die nu het minst goed geregeld is.

Voor iedereen die producten verkoopt of adviseert: de groep die groeit is niet de groep waar de bijsluiters op geschreven zijn. Wat er over werkzaamheid daadwerkelijk vaststaat, hebben we apart op een rij gezet in CBD en wetenschap: wat is bewezen en wat niet. En wat er in Nederland juridisch mag, staat in de wetgeving in Nederland.

Meer uit de kennisbank

Alle onderwerpen in de kennisbank